Extra inzet
Molendrift werkt sinds 2010 samen met het Ambulatorium van de Rijksuniversiteit  Groningen:  het expertisecentrum  voor diagnostiek, behandeling, training en onderzoek op het gebied van orthopedagogiek en onderwijskunde.  De cirkel is daarmee rond, Molendrift is zelf in 1988 voortgekomen uit de RUG en heeft altijd nauwe banden gehouden met de universiteit.  Via het Ambulatorium selecteert Molendrift studenten, die gedurende een langere periode cliënten op een specifieke vraag  kunnen begeleiden.

Voordelen
Door de extra inzet wordt begeleiding thuis of op school mogelijk gemaakt. Ouders of leerkracht worden ontlast en het oefenen van nieuw gedrag verplaatst zich van de behandelkamer naar het echte leven, op die momenten en plekken waar iemand vastloopt. De student oefent zijn vaardigheden in de praktijk en biedt de behandelend hulpverlener van Molendrift een extra paar ogen. Behandelen is immers geen protocol aflopen, maar samen met een cliënt uitzoeken wat werkt.  Hulpverlener en student houden daarom nauw contact.  De intensieve ondersteuning brengt oplossingen sneller dichterbij, waarmee de hulp effectiever en daarmee goedkoper kan worden uitgevoerd.  Een samenwerking die winst brengt voor alle partijen. 

 

Marieke Keizer over begeleiding en voorwaarden

Marieke Keizer is pedagoog en behandelaar bij Molendrift. Zij maakt graag gebruik van de extra mogelijkheden die de studenten van het Ambulatorium bieden: ‘Er zijn goede afspraken gemaakt over de werving van studenten. Op moment dat ik denk dat een student een behandeling verder kan helpen, schrijf ik een vacature uit, die via het Ambulatorium wordt uitgezet. Naar aanleiding van de sollicitatiegesprekken selecteren wij de meest geschikte kandidaat. Samen gaan we voor de kennismaking naar school of thuis. In alle behandelingen blijft de persoon van de behandelaar het belangrijkst. Er moet een klik zijn tussen cliënt en hulpverlener, anders kan je iemand niet motiveren. Dat geldt ook voor de student die wij op pad sturen. We gooien iemand nooit in het diepe. We schatten de kans van een kansrijke match in, we spreken de situatie van een cliënt door en de aanpak, die in de behandeling is ingezet. De student sluit daarbij aan, maar zal toch ook zijn eigen manier in de omgang moeten vinden. Welk stappenplan of welke methodiek je ook volgt, je blijft zelf het belangrijkste instrument. Een cliënt moet jou vertrouwen, geloven dat jouw voorstellen kunnen werken.

Extra paar ogen
'De student van het Ambulatorium werkt als een verlengde arm, een extra paar ogen. Zij oefenen samen met de cliënt en kunnen mij rapporteren of voorgestelde methodes ook werken. In het begin is er daarom veel contact. Per mail krijg ik bericht over wat er gedaan is en hoe dat heeft uitgepakt. We overleggen samen om er voor te zorgen dat we op één lijn blijven zitten, het bewaken van de kwaliteit. Een student moet ook kunnen leren. Voor sommigen is het de eerste praktijkervaring die zij opdoen. Dan kom je hobbels tegen, dat hoort ook zo; die helpen jou om je eigen weg te vinden. Als er veel hobbels zijn dan zorg ik voor goede rugdekking, dan is het overleg veelvuldiger en intensiever. Als de klik er is, loopt de begeleiding door de student meestal ook snel goed. Ondersteuning van de student kost dan minder tijd en de frequentie van mijn eigen cliëntcontacten, op Molendrift zelf, kan dan vaak worden afgebouwd. Het mes snijdt aan vele kanten, op voorwaarde dat je goed nadenkt over de hulp die een cliënt nodig heeft. Geen complexe problematiek, maar situaties waarin heel concreet samen kan worden geoefend.'

Ellen vindt een opening bij Latoya

Ellen Bannink start als 3e jaars student orthopedagogiek de begeleiding van Latoya. Latoya is aangemeld bij Molendrift voor concentratieproblemen. Op school werkt ze vaak op een afgeschermde plek, om daar aan gerichte opdrachten te kunnen werken.   Ellen ziet haar elke week op de basisschool.  In contact met Latoya’s leerkracht blijkt al snel dat er meer problemen zijn.  Ellen: ‘Latoya heeft  ruzie met haar klasgenootjes, waarbij haar reactie wat overtrokken lijkt.  Ze maakt zich snel kwaad en heeft veel last van de  ruzies.  Zelf zegt ze dat ze gepest wordt.’ Het is lastig na te gaan of dit echt gebeurt of niet.  De omgeving (ouders, school, molendrift) krijgt er moeilijk zicht op. Haar gedrag is moeilijk te plaatsen. Het onderzoek dat Latoya bij Molendrift gedaan heeft, wijst niet naar een stoornis als ADHD of autisme.

Door het dal

Latoya zit niet goed in haar vel.  De wekelijkse gesprekken met Ellen verlopen vaak emotioneel. Ellen: ‘Gaandeweg  blijkt dat haar ouders thuis ook wel ruzies hebben. Latoya trekt zich dat erg aan en slaapt daardoor slecht. Op school voelt zij zich niet prettig, omdat ze zich daar gepest voelt. Zij vertelt de dingen die gebeurd zijn, vaak huilend.  Het lijkt alsof ze er liever helemaal niet over praat. Als ik verder vraag, dieper op de gebeurtenissen probeer in te gaan, houdt Latoya dat af. Naar en verdrietig.’

Ellen heeft veel overleg met Hilde Goeree (linkje) , die Latoya op Molendrift begeleidt. Ellen: ‘Hilde heeft met Latoya een emotiethermometer  (linkje) gemaakt.  Met deze methode leer je je eigen emoties en boosheid herkennen en daar anders op te reageren.  Ik oefen de methode met Latoya in de praktijk. Ik zie dat het Latoya helpt in te zien dat emoties komen en gaan, vooral dat emoties niet langdurig negatief kunnen blijven en dat er ook positieve momenten zijn. Ze snapt haar eigen gevoelens steeds beter. ‘

Toch blijft Latoya op haar tenen lopen, de stress lijkt haar de baas.  Ze klapt snel dicht en kleine openingen krijgen geen vervolg. De begeleiding lijkt vast te lopen, Latoya geeft ook aan dat ze er geen zin meer in heeft.  Latoya is nog steeds veel overstuur en doet op school heftige uitspraken.  Ellen: ‘Dan hoorde ik van de leraarkracht, dat Latoya na weer een heftige ruzie op school ‘zo maar’ riep  dat ze wel voor de trein zal springen, dan schrik je behoorlijk als student en heb je niet 123 een antwoord.’

EMDR doorbreekt de impasse

Het lijkt of Latoya er even helemaal doorheen zit, maar Hilde Goeree pikt de informatie van Ellen goed op.  Ze ziet Latoya nu weer vaker op Molendrift en betrekt de ouders van Latoya ook in de behandeling.  In de begeleiding van hun dochter leren de ouders wat de ruzies thuis doen met hun dochter en wat zij kunnen doen om de impact hiervan te verminderen.  Dat helpt snel. Er keert een zekere rust terug in huis.

Samen met Hilde besluit het gezin om te kijken of Latoya gebaat is bij een EMDR-behandeling (linkje).  Ellen is het namelijk opgevallen dat Latoya vaak terugkomt op een ruzie op het schoolplein, waarna een hechte vriendschap is afgebroken. Ellen: ‘Die ene ruzie op het schoolplein, al 3 jaar geleden, had een grote indruk achtergelaten. Latoya kwam er steeds op terug. Zo waren er meer voorbeelden, vervelende gebeurtenissen, waar Latoya bij bleef haken. Momenten die Latoya als pesten benoemde.’

Die concrete gebeurtenissen worden aangegrepen voor een aantal EMDR-sessies bij Molendrift.  Het traject doorbreekt de impasse bij Latoya.  Het valt Ellen op dat ze ook in de gesprekken met haar een stuk rustiger reageert. De grootste stress, waardoor Latoya onverwacht heftig  kan reageren, lijkt verdwenen. Ellen: ‘Ze vertelt meer en gemakkelijker en kan beter aangeven, wat voor haar belangrijk is. De keuze voor EMDR als interventie verbaasde mij wel. Ik dacht dat EMDR een methode was voor zwaar traumatiserende ervaringen, bij een ongeval of oorlogsherinneringen. Nu weet ik dat trauma’s ook kunnen ontstaan, door je eigen reactie op een gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen. Het heeft niet perse met de ernst van een voorval te  maken.’

De weg omhoog

De begeleiding van Latoya stopt in mei. Latoya zit na de EMDR een stuk beter in haar vel.  Ook omdat de relatie tussen haar ouders sterk is verbeterd. Ze praten weer met elkaar en zoeken samen naar een oplossing. De dreiging van ruzie is voorbij.  Latoya gaat na de zomervakantie naar de middelbare school en heeft daar veel zin in. Een pauze in de begeleiding, even op adem komen, ligt voor de hand. Hilde spreekt af dat de ouders bij de start van het schooljaar weer contact opnemen met Molendrift. Om te kijken hoe het gaat, thuis en op school en te beslissen of er nog hulp nodig is.

Ellen: ‘Wat een eenvoudige vraag leek, het begeleiden van Latoya’s concentratieproblemen, bleek een complexe situatie te zijn.  Door het contact met Latoya, op school en indirect met haar ouders  thuis,  kwam er steeds meer naar boven.  Geen gebruikelijk traject, zegt Hilde ook, maar door de informatie consequent en nauwkeurig te delen, kon ik toch verder met Latoya. Door die open en directe lijn tussen Hilde en mij, konden we steeds tot een gezamenlijke aanpak komen.  Ik wist mij gesteund, omdat we samen besloten wat een volgende stap kon zijn,  de juiste vraag of gesprekstechniek. En Hilde benadrukte dat ik niet terug moest schrikken voor de soms heftige sessies met Latoya. Ze reageert zo, omdat ze jou vertrouwt, benadrukte Hilde. Jij bent haar houvast en je doet en zegt de juiste dingen.  Door het vertrouwen, dat Hilde mij schonk, heb ik enorm veel geleerd. Al was het maar, dat je als professioneel hulpverlener steun moet zoeken als je twijfelt, dat er geen domme vragen of opmerkingen zijn. Openingen zoeken in de aanpak, goed nadenken samen; wat te zeggen, wat te doen. Zo hebben we bij Latoya ook de goede opening gevonden, heeft zij zich kunnen openen. Blijven vertrouwen, elkaar niet loslaten; een ervaring die ik niet had willen missen. Dat kan ik nu met veel plezier en een zekere trots, wel zeggen.’

Margot is er voor Diederik

Margot De Vries is door Yke de Jong als student aangenomen voor de begeleiding van Diederik, een volwassen man die moeite heeft om zijn leven op orde te houden. Diederik heeft last van psychoses en is daardoor al vaker opgenomen. Hij woont zelfstandig, maar heeft weinig vertrouwen in de hulpverlening. Als hij ergens niet krijgt wat hij wil, zoekt hij zijn heil bij een volgende hulpverlener. Diederik is verbaal sterk en hoog intelligent, maar is snel van slag. Zijn stemming slaat snel om, waarbij negatieve gedachten overheersen: niemand geeft om hem, zijn leven doet er niet toe. Hij verzorgt zich wel, maar heeft moeite met veel praktische zaken. Formulieren, huishouden, de balans zoeken tussen verveling en teveel willen doen; Diederik is snel overprikkeld en vermoeid. Margot start de hulp in oktober 2011 met een kennismakingsgesprek. Diederik is zichtbaar opgelucht en blij met een student 'die immers kennis van zaken heeft'. Meer dan twee jaar later komt Margot nog steeds wekelijks bij Diederik langs. Margot is dan al afgestudeerd en heeft een baan als pedagogisch medewerker. Los daarvan blijft ze Diederik begeleiden; begeleiding die inmiddels betaald wordt uit een Persoonsgebonden Budget. Ze bespreekt de dagelijkse dingen, waar Diederik moeite mee heeft en waar hij hulp bij vraagt. Margot blijkt de nuchtere steunpilaar die Diederik nodig heeft om zijn leven stabiel te houden. Een bijzondere band...

Aansluiten in het nu
Margot: 'Die eerste keren herinner ik mij nog goed. Diederik praatte maar door en schoot van het ene onderwerp in het andere. Hij kan erg overtuigend overkomen en is erg eisend in wat hij wil. Ik voelde mij overspoeld door de stroom van woorden en emoties die uit Diederik kwam. Waar begin je? Wanneer zeg je iets terug? Daar heb ik in het begin veel met Yke over gepraat. We wisten dat Diederik snel kon afhaken. De opdracht was dus aan te sluiten bij wat Diederik inbracht. Wat wil hij van mij, meebewegen. Soms zijn dat heel praktische zaken. Een luxaflex, die niet meer omhoog wil of het opmaken van een bed. Dingen die voor Diederik lastig zijn door zijn onhandige motoriek. Tegelijk de kleine dingen, waar hij zich helemaal in vast kan draaien.'

Weten wanneer ik iets moet zeggen
Margot: 'In de contacten bouw je een band op. Je leert iemand kennen en weet daar steeds beter op te reageren. Dat aansluiten, die gespreksvoering kan je niet uit de boekjes leren. Dat moet je zelf doen, uitproberen; je eigen stijl ontdekken. Iets wat Yke ook erg heeft aangemoedigd. Diederik is allergisch voor directieve aanwijzingen. Hij wil zelf regie houden, de baas zijn. Toch vertelt hij dingen die objectief gezien, niet waar kunnen zijn. Zijn beeld van de buitenwereld is niet realistisch. Dan zeg je dus nooit: 'Diederik, dat is onzin wat je nu vertelt, dat kan niet waar zijn'. Je stelt vragen en probeert zijn verhaal te relativeren. Je probeert orde te brengen in zijn hoofd, er voor te zorgen dat zijn gedachten rustiger worden. Daar heeft hij op dat moment baat bij. Dat heb ik met name geleerd. Grip krijgen op het gesprek, timen wanneer ik iets moet zeggen en leren wat werkt in het gesprek met Diederik.'

Stabiliseren als enige doel
Margot: 'Je herkent patronen en let op belangrijke factoren, slaapt hij genoeg, is hij actief of verveelt hij zich, slikt hij zijn medicijnen, zijn er praktische zaken die hij moet organiseren. Allemaal dingen die bepalen in hoeverre Diederik zelf grip kan houden op zijn dagelijkse leven. Van begin af aan was duidelijk dat je in de begeleiding van Diederik geen langetermijndoelen stelt. Alle inspanning is gericht op het stabiliseren van zijn leven. Zorgen dat belemmeringen die hij ervaart, emotioneel of praktisch, hem niet verder in zijn psychoses duwen. Dat blijft voorzichtig handelen, het vertrouwen van Diederik is net zo fragiel als zijn situatie, al gaat het nu weer even goed.'

Angela de Wit over haar ervaring met Aina

Angela de Wit is 3e jaars student orthopedagogiek. Zij begeleidt Aina sinds september 2013, een meisje van 16 jaar dat problemen heeft om haar schoolwerk te plannen en te leren. Bij Aina is PDD-NOS vastgesteld, waardoor zij moeite heeft om het overzicht in de tijd te bewaren en prioriteiten te stellen. Angela is gevraagd om Aina individueel te begeleiden bij het leren van proefwerken en het maken van huiswerk. ‘Ik heb eerder als klassenassistent op een reguliere basisschool gewerkt. De vacature voor de begeleiding van Aina trok mij aan, omdat zij een autistische stoornis heeft, waar ik nog geen ervaring mee had, én omdat zij ouder is. Ik wilde graag een keer met kinderen werken die in de pubertijd zitten. Ik reis vanaf de start, twee keer per week op vaste dagen en vaste tijden naar Sappemeer, thuis bij Aina. Het was meteen duidelijk, dat Aina dat prettig vond, die vastigheid. Marieke had me gezegd rustig te beginnen, kijken wat werkt. Tussen Aina en ouders waren er de nodige irritaties over het schoolwerk, dus Aina stond niet meteen te springen. Ze had meer een houding van ‘Jullie vinden toch dat ik hulp nodig heb, nou dan…’Toch zijn er weinig problemen geweest. Ik bleef geduldig en ging van haar vragen uit. Waar heb je op dit moment problemen mee, waar wil je dat ik je mee help? De klik, die zo belangrijk is, was er eigenlijk meteen. Geen idee hoe dat komt. Ik sta in leeftijd natuurlijk wel dichter bij haar dan haar ouders of Marieke. Ik weet nog goed hoe het was op de middelbare school. Ik ben 21, die tijd ligt nog vers in mijn geheugen. Ik zag al snel dat Aina vluchtig leerde. Als iets dikgedrukt stond in haar boek, dan was het belangrijk. De rest niet, vond Aina. Maar als je alleen maar een begrippenlijst leert, zonder context, dan maak je het jezelf erg moeilijk. Ik ben in overleg met Marieke met de VORC-methode aan de slag gegaan. VORC staat voor Voorkennis -wat weet je al van een onderwerp, Oriëntatie -wat staat er in het boek, wat wordt er van je verwacht, Repeteren -wat moet je echt oefenen en kennen en Controle -ken je het ook echt. Een methode die we nu niet meer strak uitvoeren, maar bijna natuurlijk, als vanzelf. Voor Aina is het belangrijk dat ze hoofd- van bijzaken kan onderscheiden, dat is de kern. Haar vertrouwen groeide langzaam maar zeker. Nu de resultaten er ook naar zijn, is ze ook gemotiveerd. Ze vraagt me zelf om hulp bij de moeilijke sommen van wiskunde, ik hoef het minder te sturen. En mooi dat ze dan vorige week bijvoorbeeld, een 6.9 haalt. Zij blij en ik trots natuurlijk.’

Molendrift: Ubbo Emmiussingel 110 | 9711 BK Groningen | Tel: 050 - 318 51 42 | Fax: 050-312 89 90 | e-Mail